Vijverkarper en wilde karper - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud

HENGELEN OP VIJVERKARPER


Vele private wateren herbergen de laatste jaren een schat aan gezonde vis. Ook onze vriend de karper is alomtegenwoordig. Schitterende beesten in een gewichtsklasse die schommelt tussen één en vijf kilo met enkele uitschieters naar boven toe. Deze spierbundels bevis je best niet met een vaste hengel. Natuurlijk kan je gebruik maken van de elastiekmethode, doch een lange beringde hengel biedt meer mogelijkheden.

Vanuit Italië waaide enkele jaren geleden de bolognesehengel ons land binnen. Momenteel kan je ze in alle hengelsportzaken en in alle prijsklassen kopen. Dit is de ideale hengel voor onze vijverkarper. Eentje met een lengte van een zestal meter is voldoende, een lengte van zeven meter is het maximum. Wie hierop een kleine molen met een goedwerkende slip monteert, beschikt over een uiterst doeltreffend wapen. De lijn op de spoel hoeft niet te dik te zijn doch echt dun is vragen om moeilijkheden. Persoonlijk verkies ik een dikte van ongeveer twintig honderdste of iets minder, doch met een trekkracht van een goede drie kilogram. Gebruik een dobbertje met een draagvermogen van ongeveer één gram en lood dit net zo gevoelig uit als een voornlijntje. Aan de onderlijn (veertien tot zestien honderdste) komt een niet al te grote haak, liefst van die moderne carbonhaken.

In de aaskeuze ben je vrij. Zo kan je zeker en vast zoete maïs gebruiken, doch denk ook eens aan hennep… karper is er verzot op. Op die manier vissend, zijn twintig karpers op een dagje zeker geen uitzondering. Nog een tip: krijg je geen aanbeet, probeer het dan eens zeer kort in de oever. Vaak vang je de zwaarste exemplaren op nog geen halve meter uit het kantje. Wanneer je tot de vaststelling komt dat vissen in het kantje echt wel prettig is, kan je ook gaan



HENGELEN OP WILDE KARPER


Met de penhengel op de karper. Genieten van de runs van die oersterke boerenkarpers… In ons land ligt dat niet zomaar voor de hand. Je moet er wat kilometers voor over hebben. Doch geloof me, een ritje naar Friesland of Noord-Holland is echt geen onoverbrugbare afstand. En ook dichter bij huis, in Zeeland, kan je ze vangen.

De bolognese ruilen we nu voor een karperhengel, doch wel eentje bedoelt voor het penvissen. Zulke hengel heeft een lengte van hooguit een viertal meter waarop kwaliteitsogen zijn gemonteerd, moet kunnen doorbuigen tot in het handvat, doch moet eveneens krachtig genoeg zijn om de ergste runs aan te kunnen. Voor dit type hengel is glasvezel nog altijd een geschikt materiaal. Natuurlijk vind je ook voor deze viswijze prachtige hengels in carbon, doch deze zijn dan over het algemeen zeer duur. Glasvezel dus en hoogstens vier meter. Niet langer? Natuurlijk kan je een langere hengel gebruiken, doch met dat kortere exemplaar kan je veel meer kracht zetten en bovendien zal je tijdens de dril veel sneller vermoeid raken wanneer je een lange pook gebruikt.

Je molen, mits ze voldoende lijncapaciteit bezit, kan dezelfde zijn als deze die je gebruikt tijdens het karperen op een vijver, doch de lijn dient wat zwaarder te worden genomen. Vijfentwintig tot zelfs dertig honderdste is normaal.

De pen die je gebruikt moet wat het gewicht betreft, in evenwicht zijn met de gebruikte lijn. Met andere woorden: geen pennetje van een halve gram op de reeds genoemde lijn van dertig honderdsten. Dat de uitloding verzorgd dient te worden spreekt voor zichzelf. Als onderlijn zou ik je adviseren eens uit te kijken naar soepele gevlochten exemplaren, doch wel van die zinkende types, waarop je voor alle zekerheid nog een beetje kneedbaar lood aanbrengt.

Je bent nu klaar om te gaan vissen. Ben je in de mogelijkheid de avond voordien te voederen, doe dit dan gerust en als het kan op meer dan één plaats. Met wat vis je en met wat voeder je? Gebruik je zoete maïs, voeder hier eveneens mee. Je kan natuurlijk ook kiezen voor kikkererwten, De karper is er verlekkerd op.

Soms vang je ze aan de maden. Je kan ook eens aan mestpiertjes denken. Ruimte genoeg om te experimenteren. Waar vissen we? Het is belangrijk om zo scherp mogelijk te vissen. De vissen die we belagen zijn immers wild en schuw. We vissen niet enkel scherp, doch ook nauwkeurig. Dat kunnen we het best in het kantje en dat is ook de plaats waar we de wilde karper aantreffen. Kies indien mogelijk voor plaatsen waar je verspreid staande rietstengels aantreft (de uitlopers van een rietveld). Oevers met oude houten beschoeiingen zijn ook uitstekend, evenals oude bruggetjes. In Noord-Holland ving ik boerenkarper op nog geen tien centimeter van een betonnen brugwand.

Op die manier kan je dus onder je topeind vissen, met andere woorden, zeer kortbij. Je haakt de karper dan ook op zeer korte afstand (net onder je topeind). Net hierdoor is het zo belangrijk dat je hengel soepel kan doorbuigen tot in het handvat. Een stijve pook is onbruikbaar. Negen keer op tien zal de haak uit de bek van de karper scheuren of erger nog, zal je lijn breken tijdens de aanslag.

Dat je aangepaste kledij dient te dragen bij deze wijze van vissen, is vanzelfsprekend, evenals een rustig gedrag op de oever. Het dragen van camouflagekledij heeft in deze visserij zijn oorsprong gevonden en zijn nut bewezen. Bij het afstandvissen heb je geen camouflagekledij nodig en spreken we van een modeverschijnsel.

Eddy Schepmans.


Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud