Snoekbaarstips - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud

SNOEKBAARSTIPS


Specialiteit… een woord dat de laatste jaren in hengelaarmiddens veel gebruikt wordt. Zo heb je de wedstrijdvissers, de kunstaasvissers, de karpervissers, de snoekvissers. In de rangen van onze leden vinden we ze allemaal terug.

José Sauwens uit Velm (Sint-Truiden) heeft zo ook zijn specialiteit, of zouden me misschien beter het woord bezetenheid gebruiken? Zijn grootste vriend is de snoekbaars. Deze zo gegeerde vis met levend aas achter vinnen en schubben zitten, is zijn passie.

De praktijk leerde hij indertijd in Friesland, bij Willem Zandstra aan het prachtige Sneekermeer. Jaarlijks een maandje snoekbaarsvissen in de omgeving van Sneek deed hem telkens weer herleven. Deze vakanties alleen al, waren goed voor meer dan één jaar onafgebroken snoekbaarzen "op het wijd". Door zo iemand te worden voorgelicht, is een voorrecht dat ik ook aan onze lezers niet wil onthouden.

Specialiteit brengt aangepast materiaal met zich mee... snoekbaarshengels... snoekbaarsdobbers... José heeft zo zijn eigen visie op het één en ander, welke gebaseerd is op een jarenlange ervaring. Graag laat ik hem hier aan het woord:

Slepend vissen zonder dobber:

Snoekbaarsvissen kan op meerdere wijzen beoefend worden, met de dobber of met een bodemlood. De volgens mij meest lonende, is het langzaam binnenslepen van een visje. Aan het eind van de lijn komt een haak nr. 7. Ongeveer een halve meter erboven wordt een schuivend zijlijntje van maximum 15 cm., gestopt door een teflon loodstopper, bevestigd met hieraan een wartelloodje. De loodjes giet ik zelf met behulp van een speciaal daarvoor gemaakte mal. Het ideale gewicht ligt zo rond de 7 gram.

In tegenstelling tot wat velen denken, dient bij deze methode van snoekbaarzen de hengel vrij kort te worden gehouden; 2,25 meter is zowat het maximum. Tevens zijn alle werphengels in deze lengte niet geschikt. Je moet de snoekbaars immers "voelen" aanbijten, ook als dit op een zeer subtiele wijze gebeurt. De hengel moet dan ook tamelijk strak zijn. Het minste tikje op de top moet naar de hand worden doorgegeven. Desniettemin moet de hengel tijdens de dril kunnen doorbuigen tot in het handvat.

In de praktijk is dit slepend vissen moeilijker dan op het eerste zicht gedacht. Enkel de ervaring kan je vertellen of je nu met een beet te maken hebt of niet.

De grootste fout is het te snel naar binnen halen van de aasvis. Dit moet uiterst traag geschieden. Na het uitwerpen wordt de lijn strakgedraaid. Hierna wordt de hengel zeer langzaam, tegen de klok in, zijwaarts bewogen, waarna de losse lijn weer wordt opgespoeld. Oppassen nu! De lijn dient nu langzaam opgespoeld te worden, want het is goed mogelijk dat op dit ogenblik een snoekbaars het aas genomen heeft. Opnieuw de hengel naar opzij brengen en nadien losse lijn opspoelen. Dit herhalen tot zo dicht mogelijk bij de boot of tot aan de oever. Bij een mogelijke aanbeet, in veel gevallen maar een paar tikjes die je in de hand voelt, dient de hengel onmiddellijk naar voor gebracht te worden en de molenbeugel moet ogenblikkelijk geopend worden, zodat de vis geen weerstand ondervindt. Gaat de snoekbaars ervandoor, wacht dan nog enkele ogenblikken. Laat de lijn strakzwemmen, buig zelf nog even mee door en zet dan de haak. Moeilijker wordt het wanneer de snoekbaars na het grijpen van de aasvis ter plaatse blijft. Het is dan zaak om met behulp van vingers en lijn te voelen wat in de diepte gebeurt.

Alternatieve sleepmethode:

Bepaalde dagen lijkt het alsof de snoekbaars als het ware afgeschrikt wordt van het lood dat het aasvisje voorafgaat. Je dient je wijze van slepen dan ook aan te passen. Op ongeveer 20 cm. van de haak, niet meer, komt de reeds genoemde loodstopper. Hierboven komt een klein splitringetje waaraan een zijlijn wordt bevestigd van ongeveer 60 cm. met hieraan het lood. Tijdens het slepen zal het aasvisje het lood nu voorafgaan.

Met de schuifdobber:

Mijn tweede hengel is opgetuigd met een schuifdobber. De montage is vrij eenvoudig en algemeen gekend: een stuitje op de lijn, een pen, lood en een haakje nr.6. Het is in de loodmontage dat het ‘m zit. Steevast maak ik gebruik van een schuifloodje dat tussen twee kleine loodhageltjes wordt vastgezet. Het gewicht wordt aangepast aan de dobber in die zin dat het dobberlichaam juist onder het wateroppervlak staat. Een tweetal centimeter onder dit schuifloodje komt één hagelkorrel welke het grootste gedeelte van de antenne onder water doet verdwijnen. Ik zal nu zo uitpeilen dat enkel deze loodhagel de bodem raakt. Dit merk ik aan de antenne welke alsdan heel zichtbaar boven het wateroppervlak blijft. Deze manier geeft mij de grootste zekerheid dat het aasvisje tegen de bodem blijft, want het is daar dat we de snoekbaarzen moeten vangen.

Voor het dobbervissen verkies ik een soepele hengel met een progressieve actie, dus doorbuigend tot in het handvat. Het is deze buigende veerkracht die het mogelijk maakt om met een relatief dunne lijn, een zware en met schokken vechtende snoekbaars, het leven zuur te maken en hem te landen. Daar ik meestal uit een boot vis, verkies ik een lichte, dunwandige hengel met een lengte van maximaal 2, 70 meter.

Dobberpraat:

Mijn dobbers vervaardig ik zelf. Voor het drijflichaam gebruik ik meestal balsa, doch soms ook champagnekurk. Deze laatste heeft het voordeel, boven de meeste andere kurken, dat hij gaaf blijft bij het schuren. Onder- en bovenantenne zijn uit hout. Al mijn dobbers krijgen een grondlaag en worden daarna driemaal gelakt. Het is een bezigheid voor de winteravonden en een hobby apart. Misschien kom ik daar in een latere uitgave uitgebreider op terug.

Buiten de gewone dobbers vervaardig ik tevens de zogenaamde Hoempie Ploempie dobbers. Dezen hebben een tweede kleiner drijflichaam dat boven het grote wordt geplaatst. Bij het naar binnenslepen zal dit kleiner lichaam als het ware boven water uitschieten. De aasvis zal deze opwaartse beweging volgen en des te aantrekkelijker worden voor een hongerige snoekbaars

Hou het actief:

Hij die actief vist is de winnaar, zo simpel is dat. Ben je zelf geen voorstander van het slepen met een loodje, denk er dan aan dat je ook tijdens het dobbervissen bedrijvig kunt blijven. Je kan de dobber langzaam naar je toeslepen. Af en toe een rukje geven met de hengel, zal de aasvis des te verleidelijker maken.

Lijnen:

Wat de lijndikte betreft, ga ik nooit boven een soepele 22/00, of nog minder, soms wel een 16/00. Daar het geregeld voorkomt dat ook een snoek het aasvisje grijpt, ben ik de laatste tijd duchtig aan het experimenteren geslagen met speciale onderlijnen zoals kevlar.

Stekkeuze:

Waar zal je de snoekbaarzen nu vinden? Dit hangt zowel van het seizoen als van de weersomstandigheden af. In het begin van het seizoen moet je hem niet op grote diepte gaan zoeken. Hij is dan pas afgepaaid of de paai is nog bezig en het is algemeen geweten dat snoekbaarzen hun nesten bewaken. leder viswater waar snoekbaars voorkomt, heeft zijn zogenaamde paaigronden. Op zandgronden, waar ook allerhande takjesresten te vinden zijn, moet je dan wezen, want het is daar dat glasoog nest maakt.

De zomermaanden, en zeker juli, staan bij mij niet zo hoog aangeschreven, alhoewel dit zeker niet wil zeggen dat er dan geen enkele snoekbaars te vangen is. Je zal ze dan echter meer dan anders moeten zoeken. Sommige wateren, zoals het Schulensmeer, kampen in die periode soms ook met een zuurstofgebrek op grotere diepte. Het is logisch dat je daar dan niet wezen moet.

Goede stekken zijn over het algemeen de taluds en de richels. Plaatsen waar mossels voorkomen zijn bijna steeds goed voor snoekbaars, evenals de zogenoemde "vuilplekken". Dit zijn plaatsen op de bodem waar allerhande rommel, bomen, takken en dies meer te vinden zijn. Vergeet ook niet dat onze rover moet eten. Spoor de kleine vis op en je vindt gelijktijdig de snoekbaars. Dat is dan ook de reden dat hij soms op zeer ondiepe plaatsen wordt gevangen.

Hou het veilig:

Vis je, zoals ik, uit een boot of wens je dat te doen, denk er dan aan dat zo een vaartuig je ten alle tijde ook drijvend dient te houden. Kies voor een stabiel en onzinkbaar type.

Tot zover snoekbaarsvissen met José. Indien alles meezit horen we in een latere uitgave nog wel van hem. Misschien houden sommige lezers - snoekbaarsvissers er een andere mening op na. Iedereen heeft recht op zijn eigen methode en reacties op dit artikel zijn van harte welkom. Ik durf echter met zekerheid stellen, dat hij die vist zoals José dat doet, de garantie krijgt, dat hij wel degelijk snoekbaars zal vangen.

Eddy Schepmans.


Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud