Snoek - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud

Snoek ( Esox lucius) De elegante jager

Tekst R. Neven


Om één of andere reden was ik reeds zeer jong gefascineerd door deze mooie zoetwatervis. Heeft het te maken met het feit dat snoek groot kan worden, groter althans dan de meeste zoetwater- vissen? In ideale omstandigheden zou een snoek kunnen groeien tot een maximum lengte van 1,50 m en met een maximumgewicht van 25 kg. Dit is alvast groot genoeg om de fantasie te prikkelen van elke sportvisser.

Camouflage kunstenaars


Mogelijk heeft mijn fascinatie te maken met het prachtige, torpedovormige, gestroomlijnde uiterlijk van de snoek of met zijn onregelmatige gestreepte en gestippelde olijfgroene camouflage. Deze camouflage nuanceert naargelang de omgeving waarin de snoek vertoeft. Zo zal een snoek van het Schulens meer er lichtjes anders uitzien dan een snoek van de Zweedse Scherentuin en nog anders dan een snoek van de Ierse kalkmeren. Dit betekent dat de snoek de meest functionele camouflage zal aannemen.

Het perfecte ontwerp

Geef toe, moeder natuur heeft met de snoek de haast perfecte jager en - overlever ontworpen. Fossiele overblijfselen van de snoek zijn in Duitsland teruggevonden van (schrik niet!) 20 miljoen jaar geleden. Als we dan bedenken dat de moderne mens (Homo sapiens) nog maar een paar honderd duizend jaar bestaat, roept dit de nodige bescheidenheid van onzentwege en het nodige ontzag en respect op tegenover vriend Esox. Mogelijk zal de snoek nog in zijn huidige vorm verder leven als wij mensen er niet meer zijn. Door zijn specifieke bouw, de anaalvin en de rugvin bevinden zich ver achterwaarts op het lichaam, is de snoek in staat enorm te versnellen. Hij mist weliswaar de snelheid van b.v. de forel of de zalm maar de startsnelheid van de snoek is legendarisch. Wanneer we de muil van onze zoetwater barracuda opendoen zien we indrukwekkende naaldscherpe tandjes. Een niet zo gastvrije aanblik voor menige prooivis. Doordat de tanden schuin naar achter staan betekent dit voor een prooi slechts één mogelijke richting en dat is naar binnen.

Verspreiding

Van de poolcirkel tot midden - Italië, van Ierland tot Siberië en de uitgestrekte gebieden van Noord - Amerika, overal komt snoek voor. Hierbij speelt het geen rol of het stilstaand of langzaam stromend water betreft. De cosmopolieten worden zelfs in licht zout water aangetroffen, zoals in delen van de Oostzee en in riviermondingen.

Voortplanting, gepassioneerde minnaars

Van februari tot april, als het smelten van de sneeuw de rivieren doet zwellen, is de paaitijd van de snoeken aangebroken. Dan trekken ze naar ondieper water, naar grachten, overstroomde weiden en oevers. Meestal groeperen verschillende mannetjes zich rond een vrouwtje en strijden in hevige gevechten om het recht de verschillende honderdduizenden eitjes te mogen bevruchten. De echt grote snoeken van meer dan een meter zijn van het vrouwelijk geslacht. Deze kuitfabrieken produceren 20000 tot 50000 eieren per kg lichaamsgewicht en kunnen tot 3 kg kuit bevatten. De eieren worden aan bladeren, stengels en wortels van waterplanten geplakt. Afhankelijk van de watertemperatuur duurt de ontwikkeling tot jonge visjes tussen de tien dagen tot vier weken. Als de jonge snoeken de leeftijd van 3 jaar bereiken worden ze geslachtsrijp. Hieruit vloeit voort, beste sportvisser, hoe belangrijk de grote vrouwelijke snoeken zijn voor het voortplantingsproces en de sportvisserij! Ook de belangrijkheid van bruikbare paaiplaatsen wordt hier aangetoond.
Indien we ons realiseren dat de natuur in optimale omstandigheden jaren nodig heeft om een kapitale snoek te produceren, mogen we niet lichtzinnig met grote snoek omspringen. Een dode snoek is geen mooie snoek! Laten we in elk geval de grote snoeken onbeschadigd terugzetten, moesten we het geluk kennen één van dergelijke schoonheiden te vangen.

Functie

De snoek gedijt het best in een zeelt - voorn type water. Hij houdt van zuiver water en veel waterplanten. De Achillespees van de snoek is ongetwijfeld de waterkwaliteit. Als zichtjager is de snoek bijzonder gevoelig voor vervuiling en troebel water. Deze eigenschap maakt de snoek tot een indicator. Veel snoeken betekent zuiver water. Als toppredators zijn snoeken absoluut noodzakelijk voor het gezond houden van het viswater. Ze doden vooral zieke en oude dieren. Dit geeft de garantie dat de visbestanden gezond blijven en het evenwicht in stand wordt gehouden.
Als het aantal snoeken afneemt kunnen ziekten zicht verspreiden, waardoor dan ook vissen
met minder weerstand zich kunnen voortplanten en de visdichtheid drastisch toeneemt.
Een vergroting van het visbestand maakt een verhoogd voedselaanbod noodzakelijk. Het voedselaanbod is vroeg of laat niet meer toereikend. Gevolgen; dwerggroei, degeneratie,
verbraseming en eutrofiëring. Dit alles bewijst de belangrijke functie die deze onbegrepen rover vervult. We kunnen stellen dat als het goed gaat met de snoek het ook goed gaat met het viswater en met de belangen van de sportvissers. Om het nog eenvoudiger te zeggen, gaat het goed met de snoek dan gaat het goed met de sportvisser.

‘No kill’

Stiekem hoop ik op ons geliefd Schulens Meer gauw een snoek te vangen, die de voor mij magische metergrens overschrijdt. Omdat de waterkwaliteit in het Schulens Meer stilaan verbetert hoop ik dat ik mijn droomvangst aan het Meer zal mogen realiseren. Temeer ook omdat het ‘catch and release’ principe steeds meer een vanzelfsprekendheid wordt, vooral onder de jeugdige sportvissers. De gunstige en leerrijke invloed van de monitors van de jeugdvissers zal hier ongetwijfeld voor iets tussen zitten.

Deskundig onthaken

Indien we op snoek vissen met dood of levend aas zou ik willen aanraden steeds een snoektakel te gebruiken. Dit laat ons toe vrijwel onmiddellijk de haken te zetten na de aanbeet. Op die manier wordt voorkomen dat de haken geslikt worden. Bij een aanbeet wijzen we met de hengel naar de vis, we draaien dan de vislijn strak tot we contact voelen met de snoek. Dan pas zetten we de haken met een krachtige doch beheerste beweging schuin naar achteren. Zo voorkomt men nodeloze missers of zelfs lijnbreuk. Gebruik liever geen beksperder bij het onthaken. Indien we de snoek optillen met twee vingers vooraan in het midden onder de kieuwdeksels gaat de muil van de snoek vanzelf open. Met de andere vrije hand kan men met een smalle kromme puntbektang de haken gemakkelijk verwijderen. Indien dit niet zou lukken kan men met een kniptang een haak overknippen. Offer nooit het leven van een snoek op om een haak te redden! Indien de snoek te groot en te zwaar is om gemakkelijk te onthaken is het aanbevolen om een bevochtigde onthaakmat te gebruiken. We leggen de snoek op zijn rug op de natte onthaakmat. Terwijl we schrijlings over de snoek zitten maken we met één vinger, die we in het midden onder de kieuwdeksels steken, een opwaartse beweging. De muil van de snoek valt dan vanzelf open. De onthakingstijd kan men beperken door ten alle tijden een puntbektang en kniptang binnen handbereik te houden.Vissen op snoek is een aktieve en spannende vorm van de sportvisserij. Een vorm, die echter weinig toekomst heeft in België, zonder een meeneem verbod of ten minste een vangstbeperking, naar analogie van Ierland en Nederland.

Vissen op snoek is ook nog blij kunnen zijn en dromen als een kind. Sportvisser, je weet toch ongetwijfeld waarover ik spreek? Laten we hopen dat we nog vele gelukkige en tevreden uren al vissend aan de waterkant mogen beleven. En als we op een dag de vis van ons leven, onze doomvangst vangen, laten we dan doen zoals onze vriend Eddy Schepmans het al eerder zo mooi schreef "zullen we hem dan samen terug zetten, beloofd?"

Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud