In het teken van de karper - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud

In het teken van de karper


Je ontmoet ze vaak aan de oevers van onze viswateren, vriendelijke doch veelal zwijgzame kerels, meestal gehuld in groene of camouflagekledij. Hun hengels staan strategisch opgesteld en wijzen richting water. Lekker relaxend genieten ze vanuit hun visstoel of stretcher van de natuur. Af en toe verdwijnen ze voor een tijdje in hun gerieflijke tent. De rust straalt van hen af tot. . .het krijsen van een elektrische beetverklikker hen omtovert tot één grote brok dynamiet. Met stijgende adrenaline in de aderen vechten ze hun eenzame strijd met één van onze sterkste zoetwatervissen.

Dit is het beeld van de hedendaagse karpervisser, de specimen-hunter op lange afstand, gespecialiseerd in moderne zelfhaaktechnieken.

Ooit was ik één van hen. Ooit was ook ik bezeten van datgene wat zo moeilijk te omschrijven is, doch kan uitgroeien tot een ware obsessie. Datgene dat je slapeloze nachten bezorgt en alles wat je lief is naar een tweederangsfunctie verwijst: het vissen op grote karper. De dwanggedachte heeft jaren later plaats geruimd voor meer bezadigdheid. Andere vissoorten begonnen of herbegonnen een ruimere rol in mijn vissersleven te spelen. De liefde voor de karper sluimert echter nog steeds.

We schrijven juli 1984. Moeizaam baande ik me een weg over het tot moes gereden pad aan de schijnbaar verlaten zuidkant van ons geliefde Schulensmeer. Plots stond ik oog in oog met een visser. Nou, die kerel was met werphengels aan de gang, zeker en vast op de paling. Het "goedemiddag, heb je al wat gevangen?" werd beantwoord met een vriendelijke lach. Trots haalde de man een zwarte zak met ritssluiting uit het water. Zo een leefnet had ik nog nooit gezien. "Allebei tussen de vijf en de zes kilogram", antwoordde hij me. Verbouwereerd keek ik naar twee prachtige spiegelkarpers. Wat een kanjers! En dat die hier op het Meer te vangen waren! "Zo krijg ik er de laatste tijd regelmatig in het net hoor", vervolgde de kerel. Ik ben nog een uurtje ter plaatse blijven spioneren, doch kwam enkel te weten dat hij zijn beestjes met "een speciaal deeg" ving, dat hij de samenstelling ervan van een oude karpervisser had gekregen en dat hijzelf uit Donk - Herk-de-Stad afkomstig was. De brok in mijn keel werd steeds groter. De teerling was geworpen. Wat die "pet" kon, was ook aan mij besteed. Ik moest en zou ook van die grote karpers gaan verschalken!

September van hetzelfde jaar. Aan het grote eiland, waar we indertijd nog veel met de vaste hengel visten, hadden mijn toenmalige vismaat en ikzelf al een paar dagen beweging van karpers opgemerkt. Tijd om tot de actie over te gaan en de ondertussen veelvuldige lectuur over karpervissen in de praktijk om te zetten. Dat we best een paar dagen op voorhand een voerstek zouden opzetten, hadden we reeds uit het boekje geleerd. Die zaterdag zou het gebeuren.

De woensdag en vrijdag die voorafgingen hadden we de tafel overvloedig gedekt. Varkensvoer, in combinatie met vis- en broodmeel en aardappelkruim als nagerecht, zouden het moeten waarmaken.

Het was nog schemerdonker toen we onze boot aanlegden aan de ons vertrouwde steekstokken. Een brokje aardappel op haakje nr. 6 werd met onze 3,90 meter lange werphengel te water gelaten. De liggend uitgelode schuifpen werd met een stuitje op de juiste diepte gehouden. Op de molenspoel lag 20% nylon van een ons vertrouwd merk. Een elastiekje hield de lijn tegen de hengelgreep geklemd, de molenbeugel geopend. Voorzichtig werd de hengel op de bootrand neergelegd. Tijd voor een tasje koffie. In de boot kon je twee nerveuze kereltjes ontwaren. Zouden die karpers?...

Plots was die weg! De schuifpen bedoel ik... en de lijn zit niet meer onder de elastiek. Man, we hebben beet! Hengel gegrepen, molenbeugel dicht. . God het is waarachtig zo… de hengel kromt tot in de handgreep. Gaat die 20% strong het niet begeven? Er zijn gelukkig geen obstakels. . .Enkele minuten later, het lijken wel uren, ligt ie in het veel te kleine landingsnet: 10 pond en 64 centimeter schubkarper. De emotie breekt los. Wat die pet kon, heb ik nu ook gedaan! Een prachtig dier... moet toch nodig mee naar de oever voor die foto weet je wel.

1 Juni 1987, openingsdag. Het karpervissen zit bij ons aardig in de lift. Doch hoeveel frustratievolle dagen zijn er die voorgaande jaren niet aan voorafgegaan? Dagen die beloofden dat de juiste manier eindelijk was gevonden werden een volgende sessie letterlijk teniet gedaan door nieuwe teleurstellingen. Beetje bij beetje kwamen echter de bescheiden successen.

Half mei werd met de voedersessie gestart. De aardappelen en het varkensvoer van weleer hadden plaats geruimd voor boilies op basis van eiwitrijke melkprodukten. De werphengels waren omgeruild voor karperhengels met een testcurve van twee pond, die een werplood van om en bij de 40 grammen probleemloos konden wegzetten.

Om de twee dagen verdwenen een vierhonderdtal bolletjes naar de diepte. De plaats was strategisch gekozen. Voor het kleine eiland (van waarop in die periode nog mocht worden gevist) was het goed karperen. We wisten dat reeds uit ervaring. De karper diende hier immers noodgedwongen te passeren. We zouden met een wakersysteem op middellange afstand uit de kant vissen. Het voeren gebeurde vrij secuur vanuit de boot.
Die maandag 1 juni waren de vismaat en ik zei de gek, reeds omstreeks 2 uur ‘s morgens op onze stek. Geslapen hadden we niet. Stel je voor dat een ander "onze plaats" had ingepalmd. De spanning zat er wel degelijk in. De wind kwam reeds dagen uit de goede richting en het weer was stabiel.

Er hing een hardnekkige mist. Het had wel wat moeite gekost om het eiland te vinden. Je zag geen steek! Piepende roeispanen van een naderende boot schrikten ons op uit onze overpeinzingen. We waren blijkbaar niet de enige vroege vogels. Een momenteel berucht kapervisser, doch toen nog jager op grote voorns, kwam rakelings aan ons voorbij. Zijn blik scheen verwilderd. De man was het noorden kwijt.

Het begon eindelijk, zoals men dat zo mooi pleegt te noemen, "te dagen in den oosten". Met een blik van verstandhouding, zo van "het zal nu wel mogen", werden de hengels uitgeworpen. We hadden voor het basis-hairrigsysteem gekozen: aan het oog van een karperhaak nr. 4 werd een draadje van 12% bevestigd. Dit draadje eindigde in een lusje en de lengte werd zodanig gekozen dat de bevestigde boilie een drietal centimeter onder de haak kwam te hangen. Het aasbolletje werd gefixeerd met een elastiekje. Als onderlijn kozen we zwarte dacron-karperlijn. Deze werd met een stevige wartel aan de hoofdlijn van 30% bevestigd. Om het in de war gooien te vermijden werd tussen de wartel en het 40 gram werplood een zwarte tube van ongeveer 15 centimeter geschoven. De knoop waarmee de lijn aan de wartel was bevestigd werd beschermd door een stukje silicone slang.
De hengels werden in de steunen gelegd, de Optonic-beetverklikkers en de klimwakers konden hopelijk hun werk verrichten.

Nauwelijks een paar minuten waren verstreken en reeds actie aan de rechtsgelegen hengel! De Optonic krijste, de klimaap ging als een gek op en neer, meters lijn werden van de molenspoel getrokken. Als door een wesp gestoken veerde ik recht en greep de hengel die onmiddellijk lekker doorboog, doch bijna even snel terug recht veerde. Vriend karper zei dag met het staartje. In de mist stond een verwezen individu zich wanhopig af te vragen hoeveel kilogram karper verloren waren gegaan. Bij nader toezicht bleek de dacron onderlijn gebroken te zijn. Herstellen maar.

Vijf minuutjes later was het opnieuw bingo. Een keiharde run op dezelfde hengel deed het bloed sneller stromen. Na het eerste contact wist ik het onmiddellijk: weer geen kleintje. Zou de onderlijn het opnieuw begeven? Luttele minuten later was het pleit beslecht, ditmaal in mijn voordeel. Met een gevoel van dankbaarheid kon ik een 21 pond schub met een lengte van 80 centimeter en een borstomtrek van 60 centimeter, in mijn armen sluiten. Geduld jongen, straks mag je terug naar je moeder. Mijn vismaat, die met boilies op basis van een 50/50 mix aan de gang was had het begrepen en vroeg langs zijn neus weg of hij niet enkele van mijn eiwitrijke bolletjes mocht lenen.

Die dag vingen wij een achttiental karpers met een totaalgewicht van meer dan 100 kilogram. Naast schubkarpers kwamen ook enkele spiegels en leders op het droge. Een uitgekiende voedercampagne bezorgde ons goud. De boilies hadden hun vangkracht bewezen.

Oktober 1994. De karpervisserij is van langsom meer geëvolueerd. Veel karpervissers hebben nog nooit gehoord van het karperen met de pen of hebben alleszins deze methode van vissen nog nooit uitgeprobeerd. Het priksysteem is het enige zaligmakende.

Mede onder invloed van verhalen over reusachtige vangsten in Frankrijk en de aldaar toegepaste vismethodes, worden activiteiten ontwikkeld die bij mij toch een vraagteken oproepen. Voercampagnes worden geldverslindende bezigheden. Ettelijke kilo’s boilies en particles worden, ongeacht de grootte van het viswater en het ter plaatse aanwezige karperbestand, gedropt. Dat er een groot verschil is tussen een waterreservoir van duizenden hectare met een bestand van evenveel karpers en een plas van 90 hectare, zoals ons Schulensmeer, wordt alras uit het oog verloren. Meer dan één, vroeger zo productieve karperstek, wordt op die wijze om zeep geholpen. De hoeveelheid aas wordt niet geconsumeerd en vormt op de bodem een rottende smurrie.

Steeds verdere afstanden dienen te worden overbrugd. De vakhandel speelt hier handig op in. Meer en meer zien we hengels verschijnen met een werpgewicht dat stilaan aan strandvisserij doet denken. Waar zijn we mee bezig?

De evolutie op gebied van aaspresentatie heeft evenmin stilgestaan. Het basisprincipe van de visserij met de haar (boilie of particles tot een vijftal centimeter van de haak verwijderd) heeft afgedaan. De afstand tussen aas en haak diende steeds korter te worden gehouden. Uitleg hiervoor was een snellere prikkans bij de azende karper.

Werd vroeger uitsluitend met aas op de bodem gevist, zijn momenteel de pop-up toepassingen schering en inslag. Door een uitgekiend gebruik van ingrediënten of simpelweg door gebruikmaking van piepschuim wordt het aas van de bodem af aangeboden. De boilies of particles zweven een paar centimeter boven de bodem, het gewicht van de haak wordt geneutraliseerd door de drijfkracht van het aas. De onderlijn wordt verankerd met een loodhagel.

Wat de onderlijnen betreft, heeft het zwarte karperdacron de plaats moeten ruimen voor gevlochten lijn of Multistrandvezels. Het grote voordeel is de soepelheid ervan.

Een prachtige uitvinding vind ik persoonlijk, zijn de werpmolens uitgerust met een vrijloopsysteem. Door simpelweg een pal te verstellen, komt een tweede slip in werking, welke in trapjes tot zeer gevoelig kan worden ingesteld. Bij een aanbeet kan de vis ongehinderd draad van de molen nemen zonder dat de beugel dient te worden geopend. Weg met al die elastiekjes en lijnklemmen. Een simpele draai aan de hendel stelt de normale molenslip opnieuw in werking.

Het gebruik van vast lood in combinatie met anti-tangle tubes vindt steeds vaker toepassing. Een anti-tangle tube wordt op de hoofdlijn geschoven en dient het in de war gooien van de onderlijn te beperken. De tube zit geklemd tussen de wartel waaraan ook de onderlijn is bevestigd en een boven deze tube aangebracht stuitje. Bedoeling van dit alles is opnieuw het verhogen van de prikkans. De karper zal aas en haak naar binnenzuigen, zich aan de haakpunt prikken en in paniek raken. In zijn vlucht zal hij het vaste lood dienen mee te sleuren. Het gewicht van dit lood (zo rand de zestig gram) zal er zorg voor dragen dat de haakpunt zich steeds dieper in de karperbek vastzet. De karper haakt zichzelf. Start van een spectaculaire run.

Karpervissen kan een bloedstollende vorm van hengelen zijn en we kunnen er ganse boekdelen mee vullen. We hebben het in dit artikel zelfs nog niet over de bereiding van boilies gehad. In tegenstelling echter tot visserijen zoals bijvoorbeeld deze op snoekbaars, zullen de periodes van passiviteit primeren boven deze van activiteit. Ik kan me voorstellen dat dit niet iedereen gegeven is.

Aangezien de snoekbaars dit jaar veel minder dan anders thuis gaf, heb ik een paar keer mijn karpermateriaal en voeringrediënten onder het stof vandaan gehaald. Zomaar lekker relaxen aan de waterkant, weet je wel, afwachten wat er van komt. Wie zich echter niet tenvolle inzet voor wat hij wil bereiken komt bedrogen uit. Mijn resultaten waren dan ook navenant. Of heb je het woordje zero nog nooit horen uitspreken? Eén ding is echter zeker: een oude liefde heeft me lichtjes verleid. Niet dat ik mijn snoekbaarsvisserij aan de kant ga schuiven hoor, doch...
Volgend voorjaar ga ik er, als de weersgesteldheid het toelaat en we weer niet halvelings verdrinken, enkele weken hard tegenaan. Mijn verlanglijstje, wat aas en materiaal betreft, ligt reeds klaar. Zou ik me misschien ook een tent aanschaffen? Een rod-pod? Nieuwe beetverklikkers en een paar bait-runners?

God, we zien wel... Minder zal ook wel gaan zeker?

Om te besluiten dit nog. Ga jij misschien ook op karper? Indien we ons best doen vangen we beiden wel een reuzenexemplaar. Zetten we die dan samen terug, ja toch?  Afgesproken!

Eddy Schepmans.







Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud