Bootvisserij deel 2 - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud

Bootvisserij deel 2

Vorige keer gaven we aan de hand van een paar beschrijvingen reeds een beeld van wat volgens ons de meer veilige boot typeert, namelijk de onzinkbaarheid door middel van luchtkasten en de stabiliteit. Ieder heeft zo zijn eigen voorkeur, doch volgens ons dient een visboot een minimale lengte hebben van ongeveer 3,5 meter voor rustig water en 4,5 meter voor water met scheepvaart. In de praktijk merk je al vlug dat eens op het water, ook bij deze lengte, de nodige bewegingsvrijheid al drastisch wordt beperkt.

Wanneer je sommige bootvissers bezig ziet slaat de schrik je soms om het hart. De buitenboord wordt gestart en op volle kracht gaat het dan richting visstek. Ondertussen is de mede-vismaat staande bezig de visspullen in orde te maken. Kan je jezelf voorstellen wat er zou gebeuren indien deze kerel het evenwicht verliest en met een smak in of buiten de boot terecht komt? Zulke handelswijze is zowel een gevaar voor de man in kwestie als voor zijn vismaat. Een boot is in de eerste plaats gemaakt om in te zitten, in ieder geval tijdens het varen of roeien. Staande vissen, op snoekbaars bijvoorbeeld, wordt veel gedaan. De boot dient dan wel stil te liggen en ben je met twee, dienen onverhoedse bewegingen te worden vermeden. Ga ook nooit met twee over dezelfde rand van een boot hangen maar verdeel steeds het gewicht.

Ook aan boord kan het voorkomen dat de ene of andere toiletbehoefte je parten gaat spelen. Een plasje over de rand van de boot is vlug gemaakt vinden velen. Een duik over de rand van diezelfde boot is evenwel even vlug gemaakt. Een nat pak is dan het minste wat je kan overkomen, doch hoe zou het voelen om met een poolpak en laarzen aan je voeten onverhoeds te water te raken? Gaat zwemmen dan nog wel? Een klein emmertje in de boot lost veel op en je kan het steeds uitspoelen. Tevens kan je het gebruiken om je bootje uit te hozen.


Luister steeds naar de weerberichten. Worden hevige winden of onweer voorspeld, denk dan twee keer na vooraleer in je boot te stappen.. Zelf heb ik al een keer in een onweer gezeten en geloof het maar dat de terugtocht dan langer duurt dan je zelf hoopt.. Bij hevige wind en daarmee gepaard gaande hoge golven kan het gebeuren dat het onmogelijk wordt tegen de windrichting in te roeien, zeker als je te kort aan lager wal zit (met name de oever waarop de wind staat). Je dient je dan machteloos met de wind mee te laten drijven en zo kan je dan zoals het spreekwoord zegt "aan lager wal" raken. Vermijd in ieder geval dat je boot dwars op de golven komt te liggen. Er zijn al vissers geweest bij wie de schrik er zodanig in kwam te zitten, dat zij zich nadien, bij het minste windzuchtje, niet meer op een boot waagden.

Ga je aan steekstokken liggen, maak er dan een gewoonte van je boot op dergelijke wijze vast te leggen dat de touwen waaraan je de boot bevestigt de nodige speling hebben. Op die manier kan je boot steeds met de golven mee op en neer. Op kleinere wateren is dit misschien minder belangrijk doch op waterwegen met scheepvaart en daarmee gepaard gaande golfslag is zulke handelswijze van levensbelang. Hetzelfde geldt trouwens voor het ankeren.

Een anker dient niet om mee te werpen. Zorg ervoor dat het ankertouw, dat voldoende lang dient te zijn, goed bevestigd is en laat het dan rustig zakken. Bij het ophalen dien je, als je twee ankers gebruikt, altijd datgene waarop de boot trekt, als laatste op te halen, zoniet kan de boot bij enige wind, zich plotseling draaien en dwars op de golven komen te liggen.

Zeker zij die niet kunnen zwemmen, moeten er zich niet voor schamen een reddingsvest mee te nemen en te gebruiken. Het leven is immers te waardevol. Niet voor niets wordt in alle geschriften over bootvisserij gedrukt op het gebruik van zo een vest. Op de bevaarbare waterwegen wordt het aan boord hebben van een reddingsvest voor iedere opvarende zelfs verplicht gesteld. Er zijn in de handel vesten te verkrijgen die je praktisch als jasje draagt, zelfs in groene kleur. Ze kunnen je dus niet in je bewegingsvrijheid hinderen. Bij het te water raken blazen deze vesten zichzelf op.

Bij gebruik van een buitenboordmotor, op die wateren waar het is toegestaan, mag men toch nooit vergeten om roeispanen mee te nemen. De motor van een auto kan het begeven, doch een buitenboord eveneens. De spanen moeten ook van een goede kwaliteit zijn. Persoonlijk heb ik er ooit zelf gemaakt. Alles ging goed tot die keer met tamelijk veel wind. De roeispaan brak en de ezel zat voor schut en met schrik. Zorg ook steeds voor reservebreekpennen voor de schroef van de buitenboord en wat gereedschap en ook voor de nodige benzine. Vergeet bij het starten nooit om de benzinekraan te openen.

Tot hier enkele bemerkingen die kunnen bijdragen tot wat meer veiligheid. Er zijn er nog veel meer maar voorlopig houden we het voor bekeken en gaan ons voorbereiden op een vispartijtje.

O ja, het gezegde "glaasje op, laat je rijden" geldt niet voor de boot. Hier spreken we van "glaasje op, blijf eruit".


Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud