Boerenkarper in Zeeland - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud
OP BOERENKARPER IN ZEELAND

Eddy Schepmans


Vandaag begeven we ons naar een prima visstek, waar het echter wel verboden is eender welke vis mee te nemen. Onze hengelplaats ligt niet in Vlaanderen, doch wel in Zeeland en is te combineren met een vakantie voor het ganse gezin, huisdier incluis. Je kan er namelijk prima bungalows huren.

ledere hengelaar die de naam Zeeland hoort, denkt onwillekeurig aan de Grevelingen, het Veerse Meer, Westkapelle en de geep, of aan de Zeeuwse mosselen. Wie echter tussen Goes en Middelburg de afslag Heinkenszand neemt, komt na enkele kilometers aan de Stelleplas.

Deze plas, ontstaan uit zandwinning voor de A58, heeft een oppervlakte van 17 hectare.

Niet onmiddellijk een gigantische oppervlakte, doch wel een water waar iedere hengelaar terecht kan, ook de mindervalide en tevens een waarborg voor een massa vis. Ruisvoorn, blankvoorn, kapitale brasem en prachtige zeelt zwemmen er in onnoemelijke aantallen en staan garant voor een succesvolle visserij. De koning van de Stelleplas is echter de boerenkarper.

Wie zich, alvorens te hengelen, de moeite van een wandeling rondom het meer getroost, zal met ongeloof moeten vaststellen dat het hier wemelt van de karpers. Overal zie je, vooral bij valavond, deze gespierde kereltjes als acrobaten uit het water rijzen en ook tussen het riet is het een drukte van belang. Als door een onzichtbare hand bewogen, wijken overal de stengels uit elkaar: de boerenkarper in actie.

De Stelleplas vertoont een zeer wisselende diepte. De oostzijde is een strandzone. Ook de zuidzijde is ondiep. De noordzijde loopt stijl af tot een diepte van een tiental meter en vertoont taluds. De westzijde bestaat uit een ondoordringbare rietkraag van vele meters.

Ten behoeve van de vissers werden hier echter verscheidene vissteigers aangebracht, evenals een steiger voor gehandicapten. Alhoewel aan een opknapbeurt toe, zijn ze toch nog zonder levensgevaar te betreden. Op hengellengte vist men hier op een diepte van een drietal meter. Naar het riet toe mindert de diepte tot een vijftigtal centimeter.

Hij die door het gerommel en gestommel van de boerenkarper het hart in de keel voelt kloppen, en dat zal bij iedere zichzelf respecterende hengelaar het geval zijn, heeft aan de steigers van de westzijde een prima visstek. Hengel je er zoals de meesten, van het riet weg, zal je voorzeker vis vangen en nog niet weinig ook, doch ... geen boerenkarper. Voor deze jongens moet je naar het riet toe vissen, als het even kan er net tegenaan. Daar, mijn beste vrienden, is het rijk van één van de sterkste karpersoorten die ik ken, de oervis. Soms zie je ze zomaar langs of tussen het riet zwemmen. Geloof me vrij, een boertje van een paar kilo aan de lijn geeft je het gevoel de kanjer van je leven te hebben gehaakt. Doe het wel met aangepast materiaal.

Onze moderne karpervisserij, met de boilies, de particles en momenteel ook de pellets in de hoofdrol, wordt merendeel beoefend met hengels die een steeds stijgende testcurve vertonen en die Ioodgewichten aankunnen van negentig gram en meer.
Het resultaat is een zeer strakke hengel welke zijn nut, mits aangepaste lijn, wel degelijk kan bewijzen, doch dan wel op voldoende afstand uit de oever.

De boerenkarper bevissen we echter met het pennetje en op een zeer korte afstand. Bij het gebruik van een moderne karperhengel zal je dan ook gegarandeerd van een kale kermis thuiskomen. Je zal zeker wel een karper haken, doch door de strakheid van je hengel, zal de lijn breken, of de haak zal uit de karperlip scheuren. Geen gezonde situatie en evenmin prettig voor de karper. Ook niet prettig voor de man achter de lijn. Je raakt er gefrustreerd van. Echt, ik kan ervan meespreken. Zoals steeds wordt je wijs door schade en schande.

Voor onze visserij op de boerenkarper dien je te beschikken over een hengel met een lengte tussen de 3,5 en 4 meter, met een, zoals ze dat zo mooi zeggen, progressieve buiging. Bij aanbeet moet je de buiging zien en voelen in het handvat. De meeste van de moderne grafiethengels zijn hiervoor niet geschikt, of je dient diep in je geldbeugel te tasten.

Gelukkig zijn en nog alternatieven. Wie zich nog de gelukkige eigenaar kan noemen van een glasvezel-karperhengel met een testcurve van rond het pond, zit op rozen. Zoniet zal je wat moeten rondneuzen in de hengelsportwinkel. Denk hierbij eens aan de composiethengels (deels glasvezel, deels carbon) die men als goedkope matchhengel tracht te venkopen. Voor deze visserij zijn ze in mijn ogen totaal ongeschikt. Ze zijn zwaar, hebben een in verhouding te dikke top, dragen te grote brugogen en vergen een veel te dikke lijn.

De groothandel zou er beter aan doen ze te rangschikken onder de noemer "lichte karperhengel ", want dat zijn ze. Door hun grote eigengewicht zullen ze je helpen de haak beter te zetten en ze hebben een prachtige buiging welke de schokken en meppen van een zware, zich tot het uiterste verdedigende vis, kunnen opvangen. Plaats je hierop een molentje met een goede slip, welke een honderdvijftig meter vijfentwintig honderdste lijn kan bergen, is je basis compleet. Er zijn momenteel reeds molens in de handel met zes kogellagers, voor minder dan 1.500 frank (€ 38 nvdr). Sterke haken, lood en wat pennetjes voltooien je uitrusting.

Vis je graag met onderlijnen, denk dan eens aan de soepele gevlochten exemplaren, doch kies wel voor de zinkende soort. De hengelsportcatalogus helpt je verder.

Deeg voor het maken van boilies, voorzien van je geliefde geur- en of smaakstof is zeker een vangend aas. De gekookte bolletjes laat je echter maar thuis. Voorzie je wel van particles zoals gezoete maïs en tijgernoten en als het kan van een doos mestpieren.

Een landingsnet mag natuurlijk niet ontbreken en voor het comfort is een visstoeltje ideaal.

Met bovenvernoemd materiaal ben je heel hard op weg, je boerenkarper te landen. Het verspelen zal er echter steeds bijhoren. De boer kent zeer goed de weg tussen het riet en ook een vissteiger is voor hem geen geheim.

Naast karper zal je af en toe ook een zware brasem en mooie zeelt haken en ook wel rietvoorn, doch dat is mooi meegenomen.

Het vissen met de pen is een andere benadering van het karpervissen. Het is spannend, slecht voor het hart en beneemt je je nachtrust. Kortom, sensatie van de bovenste plank ! En je hoeft geen tentje mee te slepen.

Wanneer bovenstaande tekst je interesse heeft gewekt, raad ik je aan de autoweg naar Antwerpen te nemen. Van hieruit volg je de richting Bergen op Zoom. In Bergen op Zoom neem je de autoweg naar Middelburg-Vlissingen. Enkele kilometers voorbij Goes neem je de afslag Heinkenszand. In Heinkenszand volg je de richtingwijzers "Stelleplas".

Een visvergunning is te verkrijgen op de receptie van bungalowpark "Hof van Zeeland ". In 1997 kostte deze drie gulden per dag en zes gulden per week. Schaf je ook een sportvisakte aan. Neem van huis uit voldoende aas mee.

Voor de niet-vissende metgezellen heb ik eveneens een tip : Zeeland is mooi en de mensen zijn er vriendelijk.

Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud