Blauwe haai - Hengelpassie

Hengelliefde
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Hengelsportverhalen van vroeger en nu
Ga naar de inhoud
VISSEN OP BLAUWE HAAI IN IERLAND

R. Neven

Een visvakantie in Ierland is steeds weer een belevenis. Ook deze zomer kon ik aan de lokroep van het groene eiland niet weerstaan.

Autoreis

Op 5 augustus ‘s morgens om 9 uur was het weer zover! Met Theo Schoemans uit Alken, mijn vismaat en VVSM-lid, vertrokken we richting Ierland, de auto volgepropt met vismateriaal voor zoet- en zeewater. Na een voorspoedige trip via de kanaaltunnel "Chunnel" tussen Calais en Folkestone, arriveerden we reeds om 19 uur Britse tijd in Fishguard (In G.Brittanië en ook Ierland loopt de klok één uur achter op onze tijd). Fishguard is één van de belangrijkste oversteekhavens van het Ferryvervoer tussen G.Brittanie en lerland. De Lynx, de catamaran van Stena Lines, bracht ons in 90 minuten naar Rosslaire Harbour in Ierland. Met deze formule is het mogelijk op één dag of ongeveer op 15 uur de reis met eigen wagen af te leggen tot een stuk in Ierland.

Graiguenamanagh

De eerste dagen kregen we, zelfs voor Ierse begrippen, af te rekenen met uitzonderlijk hevige regen. We verbleven bij oude bekenden in het dorpje Graiguenamanagh aan de rivier de Barrow in County Kilkenny. Zowel de rivier de Nore als de Barrow waren sterk gezwollen door de felle regenval. Het spinnen met plugs en spinners op snoek, forel en zalm leverde ons geen resultaat op. Maar geen nood, het weerzien na 10 jaar van de familie Hamilton, oude vrienden en bekenden, werd een aangename compensatie. En de onvermijdelijke Guinness in de oergezellige pubs van Graiguenamanagh deed de rest.


Ballydavid

Omdat de rivieren slechts langzaam naar hun normaal debiet zakten besloten we verder te rijden naar Dingle Peninsula aan de Atlantische oceaan. In Ballydavid bevindt zich de uitvalhaven van de "An Tiaracht" van het sympathieke koppel Sean en Fiona Conchuur. An Tiaracht is Iers en betekent "de boot van het westen". De haven ligt in het Iers of Gaelic sprekend deel van Ierland. Het Gaelic is de Keltische taal van de oorspronkelijke eilandbewoners. De rotsachtige kustlijn van de Dingle Peninsula is ongerept, spectaculair en adembenemend mooi. Het water is er kristalhelder en het is één van de rijkste viswaters van Europa.

De eerste dag visten we met succes vanaf de rotsen met twisters, shads en makreelveren. We moesten wel een niet ongevaarlijke klauterpartij ondernemen op de rotsen om op een plaats te geraken waar we konden ingooien zonder telkens vast te haken. Zowel Theo als ikzelf wisten op die wijze pollak aan de haak te krijgen.




Rubby dubby

De volgende dag voeren we uit met de An Tiaracht samen met een internationaal gezelschap. Eerst en vooral de schipper Sean, Dean een Engelsman, Jim een Schot en twee Gaelic sprekende Ieren. Theo was duidelijk in zijn sas als Sean ons meedeelde dat "we are going shark fishing". We hadden er inderdaad niet op gerekend dat we tijdens de eerste boottocht al op Blauwe haai gingen vissen.

Vooraleer de open zee te kiezen werd in de baai tegen de rotsen op makreel gevist. Omdat we voldoende makreel nodig hadden om een rubby dubby te maken monteerde ik dadelijk een witte verenpaternoster met 7 haken en een lood van ± 350 gr. Een rubby dubby is een ajuinzak gevuld met fijngesneden en fijngestampte verse makreel vermengd met zemelen en verrijkt met makreelolie. Wanneer men voldoende makreel heeft wordt een gevulde ajuinzak tegen de boot gehangen. De visresten worden langzaam uit de ajuinzak gespoeld door de stroming en de golfslag. Zo ontstaat er een geurspoor dat de haaien lokt.

Omdat het water diep was en er veel stroming stond schakelde ik over op een zwaarder lood. Bij elke ophaal hingen er zeven prachtig groen en blauw geschakeerde makrelen aan de witte verenpaternoster. Theo volgde al vlug mijn methode want de driehakige gekleurde verenpaternosters van onze vismaten hadden duidelijk minder succes.

Er werd ook andere vis gevangen, maar omdat Sean alleen makreel wou verwerken in zijn rubby dubby werden de meeste soorten terug overboord gezet. Alleen pollak en kabeljauw werd meegenomen voor consumptie.

Als Sean oordeelde dat we genoeg makreel hadden werd er koers gezet naar open zee. Op ongeveer acht mijl van de kust gingen we voor anker en lieten we de rubby dubby zijn werk doen.

Optuigen van de hengels

De 50lbs zeehengels met bijhorende zeereels werden opgetuigd met als onderlijn een 4 meter lange staaldraad met een trekkracht van 25Olbs en met een draaiwartel in het midden van de staaldraad. De draaiwartel moet het kinken tegengaan en voorkomt dat de staaldraad hierdoor zou breken. Die wordt uiteindelijk voorzien van een haak met maat 10/0. Als aas wordt een ganse dode makreel gebruikt. De haak wordt zodanig bevestigd dat hij als ‘t ware buiten de makreel hangt. Een beetje hetzelfde systeem als bij de boilies van de karpervissers. De aasvis wordt op een diepte gehouden door een karperlood te monteren aan het bovenste uiteinde van de staaldraad.

Bij het tewaterlaten van de aasvis dient men erop te letten dat de reel op vrijloop staat. Indien de haai het aas kortbij de boot zou grijpen als de slip dichtstaat zou de lijn breken, of erger nog, de hengel zou in de diepte verdwijnen. Een ballon als beetverklikker zorgt ervoor dat het aas niet dieper zakt dan 20 à 30 m. lederen vist uiteraard met een andere kleur zodat er geen verwarring ontstaat en door de stroming is men verplicht om allemaal aan dezelfde kant van de boot te vissen. Eenmaal opgetuigd wordt het met spanning wachten op de aanbeet!

Beet

Meestal zal een haai die een makreel pakt een 20 m draad nemen zonder de ballon onder te trekken en dan stoppen. Op het moment dat de haai stopt met draad te trekken zal hij het aas inslikken en mag men de haak zetten.

De eerste haai die het geurspoor van de rubby dubby had opgemerkt liet niet lang op zich wachten. Een kleine haai van om en bij de meter had de makreel van Dean uitgekozen. Nadat hij aan boord was gehesen werd hij door Sean gemerkt in de rugvin met een geel plastiekje met ingegraveerd nummer. Daarmee proberen de wetenschappers meer te weten te komen over de trektochten van de haaien en over hun populatie.

Dan kreeg ikzelf beet. Na een trek van 20 a 30 m kon ik de haak zetten. Meteen bleek ook Theo succesrijk, maar al vlug merkten we dat het om één en dezelfde vis ging. De gehaakte vis was in de lijn van Theo gezwommen.

Na een perfecte maar spannende dril kon ik uitermate fier mijn eerste haai in de boot hijsen. Het onthaken laat men liefst aan de schipper over. De tanden van een haai zijn werkelijk zo gevaarlijk als ze eruit zien. Opvallend was dat bij een haai in tegenstelling tot andere vissen een dof en diep geluid te horen is bij elke ademhaling.

Na het merken en meten (1,37 m) en de onvermijdelijke foto, kon ook deze kanjer terug in zee.

Ook de andere vissers kregen aanbeet maar omdat de beten zich niet doorzetten kon niet worden aangeslagen.

Na een paar uren had ik opnieuw prijs. Deze haai vertrok als een sneltrein weg van de boot. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat ook Dean een vis haakte. Niet zonder angst staarde ik naar mijn reel waarvan de spoel onrustwekkend klein werd. Ik draaide de slip zo vast mogelijk en riep tegen Sean, die Dean bijstond met drilinstructies, dat ik de vis niet kon houden. "Laat hem gaan" riep hij terug. Tot mijn opluchting merkte ik dat de eerste run stopte zodat ik pompend een 70-tal meter kon terugwinnen. Meteen ging de vis er opnieuw vandoor. "Hou uw duim op de spoel" zei Theo. Aan die raad hield ik wel een verbrande duim over. Deze vlucht reikte gelukkig niet zo ver als de eerste. Als ik de haai eindelijk terug bij de boot had gepompt vertrok hij voor een laatste run, nu keihard en verticaal de diepte in. Toen ik hem terug naast de boot kreeg was zijn strijdlust gebroken en kon Sean hem aan de staaldraad aan boord brengen. Het was een prachtexemplaar van 1,67 m.

Net vóór onze terugkeer naar de haven ving ook Theo er eentje van 1,27 m.

Vissen op Blauwe haai! Een hengelbelevenis waar we tevreden op terugblikken. Onvergetelijk!

Nuttige informatie

De Blauwe haai (Prionace glauca) is een prachtige vis waarvan het lichaam tot aan de buikzijde staalblauw gekleurd is en die tot 3,8 m lang kan worden. Hij staat in de Atlantische oceaan aan de top van de voedselketen. Het IGFA record bedraagt 198,22 kg. Het EFSA record is 156 kg. De Blauwe haaien die aan de Ierse zuidwestkust worden gevangen zijn zelden langer dan 2 m. Het vlees van deze vissen is minder geschikt voor consumptie.

Uit de merkjes is gebleken dat deze haaien verre trektochten ondernemen. Ze steken de Atlantische oceaan over en komen alleen in de zomer tot aan de kustlijn.

De tanden van een haai zijn een wonder van de natuur. Zij zijn zo scherp als scheermesjes en zo hard als staal. Het gebit wordt nooit bot. Indien een tand afslijt en onbruikbaar geworden is, slikt de haai deze oude tand in en groeit er onmiddellijk een nieuwe. Het materiaal van de oude tand wordt als ‘t ware gerecycleerd en dient om nieuwe tanden aan te maken. Wanneer een haai bijt worden de tanden met een kracht van 3.000 kg per vierkante cm op elkaar geperst. Zijn maag is in staat om alles te verteren, zelfs ijzer.

Vangplaatsen zijn uiteraard zuidwest Ierland, maar ook zuidwest Engeland, Portugal, Madeira en de Canarische eilanden.

Een dag vissen op Blauwe haai kost in Ierland 25 Ierse pond. Wie eens een haai wil vangen kan voor informatie terecht bij schipper Sean of zijn vrouw Fiona op het lokale telefoon- of faxnr. 066-55429 of internationaal : 00353 66 55429.
Copyright - all rights reserved - made by hengelpassie
Terug naar de inhoud